Scholen

Lesgeven op je oude school

By 15 november 2018 No Comments

Op het Bonhoeffercollege in Castricum lopen elke dag zeven oud-leerlingen rond. Niet omdat ze heimwee hebben, of omdat ze er nog vrienden hebben zitten. Ze geven er les.

“Nou, meneer, hoe weet u nou dat daar stiekem gezoend wordt?” De leerlingen hadden een beetje ontsteld gekeken toen hun economiedocent Iwan de Wit (28) had gezegd dat er gekust werd achter de kluisjes – en dat-ie dat heus wel wist. Verbazing alom. “Ja”, had Iwan geantwoord. “Ik ben ook leerling geweest. Wij spraken daar vroeger ook al af als we verliefd waren.”

Iwan is één van de zeven docenten die is teruggekomen naar de middelbare school van toen. “Zeven is best wel een flink aantal”, zegt hij. “Vooral als je bedenkt dat Castricum geen klein dorpje is. Iedereen is uitgevlogen, maar ook weer teruggekomen.”

Solliciteren

Iwan zat in het vierde jaar van de lerarenopleiding toen hij een baan zocht. “Via een vriend van me, die daar nog in 6 vwo zat, hoorde ik dat er een paar docenten weg zouden gaan op het Bonhoeffer en dat ik misschien wel kon solliciteren”, vertelt Iwan nu. “Ik moest nog wel mijn scriptie schrijven en er was nog niet eens een vacature, maar het leek me zo leuk om op mijn oude school les te geven. Het is altijd een open school geweest, heel relaxed, je voelt je er welkom en de sfeer heeft iets kunstzinnigs en eigens. Er lopen hier bijvoorbeeld bovengemiddeld veel leerlingen met een eigen kledingstijl rond, die niet bang zijn om zichzelf te uiten. Dus ik stuurde een open sollicitatie.”

Economiedocent Iwan de Wit: ‘Ik ben ook leerling geweest. Wij spraken daar vroeger ook al af als we verliefd waren’

En zo kreeg hij zijn eerste echte baan op zijn eigen middelbare school. “In het begin was het wennen. Ik kende er vooral veel broertjes en zusjes van oud-klasgenoten en vrienden. Eén keer had ik het broertje van een goede vriend in de klas, en mijn nichtje.” Maar ach, weet Iwan nu: dat is een kwestie van het even benoemen in de klas -‘zijn er nog vragen?’- en weer overgaan tot de orde van de dag.

Reünie

Ook zijn collega en wiskundedocent Eva Goede (28) is zo’n oud-leerling die nu lesgeeft. “Ik wilde graag hier in de buurt werken, ik woon in Uitgeest en had altijd in mijn achterhoofd: als er een vacature op het Bonhoeffer vrijkomt, ga ik solliciteren.” Maar niet meteen. Eva wilde niet als ‘die oud-leerling’ terugkomen. “Ik wilde er echt als volwaardig docent beginnen. Ik werkte eerst vijf jaar op een leuke mavoschool. Toen ik voor mijn gevoel genoeg ervaring had en mijn master had gehaald, dacht ik: nu is het wel een mooi moment om terug te keren.” En voilà, daar was die vacature.

Toen ze de lerarenkamer binnenstapte, was het wel even gek. “Ik werd welkom geheten door mijn oud-leraren, die vroegen me hoe het ging, wat ik in de tussentijd had gedaan. Een beetje zoals op een reünie.”

Ze wist dan ook precies wat ze moest vertellen toen ze haar brugklas op de kennismakingsdag moest verwelkomen. “De regels waren natuurlijk wel anders -niet strenger trouwens. Maar de plekken, zoals kluisjes, de lokalen, het schoolplein: niets veranderd. Ik heb de eerstejaars toen verteld dat ik hier ook ben begonnen, ooit, en dat ik het ook spannend vond. Vonden ze leuk om te horen. Ik geef les in de lokalen waar ik zelf les in heb gekregen. Ik zie me nog zo zitten.”

Wiskundedocent Eva Goede: ‘Ik geef les in de lokalen waar ik zelf les in heb gekregen. Ik zie me nog zo zitten’

Voor Loran Aelbers (29), techniekdocent, was het ook een trip down memory lane toen hij voor het eerst het Bonhoeffer binnenstapte -zijn oude school en zijn nieuwe werkplek. “Het eerste wat me opviel waren de grote statafels in ons honderd meter lange atrium. Daar hielden wij pauze -en de leerlingen van nu nog steeds. En ze gedragen zich hetzelfde als wij toen deden. Zodra de bel gaat zo snel mogelijk je eigen plekje confisqueren om daar met je groepje te gaan staan.” Ooit, ergens in het jaar 2005, schreef Loran zijn naam onder die tafels, in een malle bui.

Digitalisering

Wat wel anders is dan vroeger: de digitalisering. Alles wordt bijgehouden – te laat komen, nablijven, ongewenst gedrag. Daardoor krijgen de leerlingen minder ruimte en heerst er iets meer discipline op school. Neem nou de kaart die leerlingen moeten halen als ze te laat komen. In de tijd van Loran, Eva en Iwan kon je die nog gewoon kopiëren. Lekker de docenten voor de gek houden. En het is nu ook stiller in de mediatheek dan toen. “Ik weet nog dat ik school vooral heel gezellig vond”, zegt Iwan. Of de leerlingen van nu harder moeten werken, weet hij niet. “Ik vraag me af of je dat met elkaar kan vergelijken.”

Techniekdocent Loran Aelbers: ‘Ik weet nog dat ik school vooral heel gezellig vond’

Ook is de indeling van de lessen anders en zijn sommige vakken veranderd. Zo geeft Loran het vak Ontwerpen&Onderzoek voor het Technasium. “Dat was er toen nog niet. Deze school blijft zich ontwikkelen.” Ook zijn er nog leraren van de oude stempel. Is niets mis mee. Loran: “De didactiek verandert, er zijn veel jonge leraren die experimenteren met werkvormen en nieuwe manieren van lesgeven.

Maar je hebt nog steeds docenten die hier al jaren werken. Er zijn collega’s van wie ik als leerling al dacht: ik vind jou geen fijne docent. Nu zie ik de andere kant, zie ik waar het vandaan komt en waarom een docent bepaalde dingen doet zoals hij ze doet. En dan denk ik: ik ben het niet eens met je manier van lesgeven, maar dat is prima.” Sterker: hij krijgt er met zijn collega’s leuke discussies door over het vak. “En een school heeft nu eenmaal verschillende types docenten nodig. Dat is alleen maar goed, denk ik.”

Fijne sfeer

Maar wat altijd hetzelfde blijft: de sfeer. “Die is superfijn”, zegt Eva. “Er is niet één type leerling, er loopt hier van alles door elkaar heen en iedereen heeft zijn eigen plekje.”

Loran: “Ik denk ook wel dat het schoolbestuur bewust mensen prefereert die hier op school hebben gezeten. Omdat die weten hoe het er hier op school aan toe gaat.” Iwan: “Ik vind dat wel mooi. Dat een school verandert, de leerlingen veranderen, maar de sfeer hetzelfde blijft.” Net zoals het atrium, met de hoge statafels, en de zoenplek achter de kluisjes.

Bron: